Schleicher Ka-6CR D-4405

Ka-6CR D-4405 1

Ka-6CR D-4405 2

Wilt u meer lezen over mijn eerste vlucht op Terlet dan kunt u dat hier lezen.


Terug naar de vloot-pagina ...

 

 

 

Zweef-


Uit Wikipedia:

Hancock received considerable attention when, in

May 1963, he joined Miles Davis's Second Great


vlieger-

ij


Maiden flight


Quintet. Davis personally sought out Hancock, whom


he saw as one of the most promising  talents in jazz.

The rhythm section Davis organized was young but

effective, comprising bassist Ron Carter, 17-year-old

drummer Tony Williams, and Hancock on piano. After

George Coleman and Sam Rivers each took a turn at

the saxophone spot, the quintet would gel with

Wayne Shorter on tenor saxophone. This quintet is

often regarded as one of the finest jazz ensembles,

and the rhythm section has been especially praised

for its innovation and flexibility.

The second great quintet was where Hancock found

his own voice as a pianist. Not only did he find new

ways to use common chords, but he also popularized

chords, that had not previously been used in jazz.

Hancock also developed a unique taste for "orchestr-

al" accompaniment  using quartal harmony and

Debussy-like harmonies, with stark contrasts then

unheard of in jazz. With Williams and Carter he wove

a labyrinth of rhythmic intricacy on, around and over

existing melodic and chordal schemes. In the later

half of the 1960s their approach became so sophisti-

cated and unorthodox that conventional chord chan-


Maiden Voyage of maiden flight.

Ergens in de 60-er jaren verscheen er een nieuwe speler aan het pianistieke

firmament in de jazz-muziek: Herbie Hancock.

Het was niet zijn allereerste opname. De naam van de langspeelplaat, ‘Maiden

Voyage’, deed zulks vermoeden.

In het openingsstuk, met gelijke titel, begint het meteen bijzonder, afwijkend

van wat tot dan gebruikelijk of bekend was.

Slepend, traag met lang aangehouden noten en veel rusten en bovendien in

mineur, kijk en luister maar eens op YouTube. Eigenlijk vrij moeilijk. Zeker voor

een ‘maiden voyage’, een eerste tochtje op een onbekend land, een onbeken-

de zee of lucht.

 

De allereerste langspeelplaat van de man had de toepasselijke titel ‘Takin’ off’.

Zonder ‘Takin’ off’ is er geen ‘Maiden Voyage’…..

Heel toepasselijk voor de rest van dit verhaal.


ges would hardly be discernible; hence their improvi-

sational concept would become known as "Time, No

Changes".

 

 

Trivia.

Omslaghoezen ontwerpen is een wereld op zich. Wat

zou het verband tussen Herbie Hancock’s ‘Maiden

Voyage’ en het op de omslag afgebeelde zeilbootje,

een Sunfish, zijn? Dat is toch het bootje, waarin mil-

joenen Amerikaanse kinderen hebben leren zeilen?

Dat is toch op de Hobbie Cat na, de grootste wed-

strijdklasse ter wereld?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

115


 

 

Zweef-


Ik heb een vliegtuig(je) gekocht, dat veronderstel ik maar als zijnde bekend


vlieger-

ij


bij veel van mijn familie en vrienden, van het zweefvliegende soort en ander-

zins.

De details gaat het niet om.

 

Interessant is:

-               Eens heb je leren kruipen.

-               Eens heb je leren lopen.

-               Eens heb je leren steppen, in mijn geval (er is wel een fotootje van mijn

grote broer Maarten met een step maar in levende lijve heb ik het hem

nooit zien doen).

-               Meestal heb je leren zwemmen.

-               Eens heb je leren fietsen.

-               Eens heb je ook leren schaatsen.

-               Delftse studenten (en anderen) leerden motorfietsen min of meer veilig

besturen (bij mijn eerste ritje op mijn enige motorfiets, een Harley

Davidson, ben ik tegen een boom gereden. Een boom die midden op

een weiland stond…).

-               Eens heb je geleerd een auto te besturen.

-               Veel mensen heb geleerd een boot te besturen, al of niet mechanisch

aangedreven.

Een trein of tram besturen is alleen weggelegd voor mannen en vrouwen die bij

de openbaar vervoer-maatschappijen gaan werken, wat mij overigens geen

pretje lijkt: altijd op alle verjaardagen de pispaal van het gezelschap te zijn, in

deze tijd van drama van Fyraanse makelij!

Dan rest nog een vliegtuig of een ruimtevaartuig te leren besturen.

Laatstgenoemde wordt overigens grotendeels niet door de personen, die in het

voertuig plaats hebben genomen, gedaan.

 

Mijn luchtdoop in 2001 met Hans Groeneveld, good old Hans, leerde dat het

niet eens zo’n onvervulbare wens is om te leren zelfstandig een vliegtuig te

besturen.

 

Toen ik dan ook jaren geleden leerde een vliegtuig te besturen vond ik het niet

alleen spannend en uitdagend maar ook wel een beetje ‘macho’. Leuke stof

voor verjaardagen totdat het gezelschap vroeg of ik ook nog ergens anders

over kon praten. Zo daal je vanzelf weer af op aarde, al is dat je eerste harde

landing.

 

Het begin, de vreugde, de vertwijfeling (“ik leer het nooit!”), de hilarische en

minder hilarische momenten, de zonnige dag van 2 juni 2010 en de nog veel

zonniger dag van 24 juli van hetzelfde jaar als Hanneke voor het eerst mee-

gaat, er is een boek(je) over vol te schrijven.


116


De foto’s op bladzijde 117 zijn van Marijke Beket


 

 

Zweef-


vlieger-

ij


Ineens is het 26 mei 2013.


Vooraf had Bert van Dijk, mede aanstichter tot het oprichten van een vlieg-

maatschappij met één deelnemer en één vliegtuig, me al bezworen het vlieg-

tuigje zelf in te vliegen: ”Je vraagt het niet aan Wiebe en niet aan mij, je doet

het zelf!”

 

Een DDWV-dag, Rolf Beket is veldleider/ddi en eerst moet er koffie met Albert

Heshusius worden gedronken op het terras en kom ik dus te laat voor de

briefing en sta een onwezenlijk eind van de startplaats af.

Met behulp van Arend Versteege en anderen, die eerder in een ver verleden

wel eens een Ka6 in elkaar gezet hebben, weet ik D-4405 zonder al teveel but-

sen en krassen te monteren.

 

Na het gepruts met de bedrading van een nieuwe accubak (vormgevers zitten

overal met hun fikken aan) is het moment van de waarheid daar: als de hoofd-

schakelaar wordt omgezet brandt het verklikkerlampje maar de radio doet het

niet. Dan blijkt dat de zekering, uit voorzorg en op aanraden van Rik Mooi, een

400 mA gemonteerd, is doorgebrand.

 

Stik, wat nu?

 

Ik krijg een handset van Rolf mee en doe voor het eerst de daginspectie. D-

4405 staat er fris en glimmend bij, alles werkt, alle Fokker-naalden zitten daar

waar ze horen te zitten. Niets staat in de weg om te gaan vliegen.

 

Voor het eerst stap ik in en kom tot de ontdekking dat het bankje een lelijke uit-

stulping heeft tegen de onderkant van je rug en dat je niets ziet, althans voor-

uit.

Na wat gepruts met kussens en een stuk schuim van Rolf te hebben gekregen

stap ik voor de vierde keer in en zet mijn voeten op de pedalen. Wat nu weer?

Bij voeten neutraal staat het richtingsroer half naar links uitgeslagen.

Samen met Nick van der Linden verstellen we net zo lang totdat voeten neu-

traal ook roer neutraal is. In ieder geval is er volle uitslag ter beschikking.

 

En dan is het zover: de kabel komt strak, Nick geeft ‘strak’ en ‘D-4405’ en mijn

‘maiden flight’ is begonnen.

 

Ik doe alles te voorzichtig, trek te weinig en wacht te lang zodat de kabel

ineens ‘kloink’ zegt en ik een schietgebedje opzeg voor Wim Arends op de lier,

dat hij geen ‘spagetti’ heeft.

 

D-4405 wiebelt een beetje. De slipmeter reageert onmiddellijk, gecoördineerd

sturen is een eitje, een vogeleitje met een Ka6.

117


 

 

Zweef-


Zonder elektrische variometer moet ik het op gevoel dan wel met af en toe


vlieger-

ij


een blik op de drukvariometer doen.

 

We stijgen. En nog meer. En nog meer. Eigenlijk gaan we samen alleen maar

omhoog. D-4405 en ik.

Totdat het ergens bij 800 meter boven de golfclub op is.

Niemand in de buurt. Ik steek maar eens naar het Noorden. Na 300 meter

dalen pikken we weer wat stijgen op.

Naar de Posbank. Altijd leuk om op uit te kijken. We stijgen tot 1.300 meter. En

dalen tot 900 meter.

Richting Dieren pikt de Ka6 een bel op die uiteindelijk op is op 1.900 meter: zo

hoog ben ik ‘solo’ nog nooit geweest.

 

Hoe zat dat ook al weer met die flightlevels? Was het nou ongeveer 1.300

meter of 2.200 meter?

Ik heb hele andere zorgen: geheel vergeten dat het op deze hoogte 10° kouder

is. En dat ik heel stoer (en onnadenkend) niet eens een trui heb aangetrokken.

En dat de D-4405 zijn of haar gebruiker (of een vliegtuig nou mannelijk of vrou-

welijk is, laat ik maar aan anderen over) in een behoorlijk tocht zet.

Kortom: het is hartstikke koud. Zo koud dat ik af en toe maar in de zon ga vlie-

gen om weer een beetje op te warmen.

 

Nu was mijn langste vlucht tot aan 26 mei één uur en vijfenveertig minuten. Dat

moet deze dag toch gemakkelijk zijn te verbeteren, ondanks de kou, de tocht

en het feit dat bij iedere wending van bak- naar stuurboord (en omgekeerd)

het vliegtuig vlak achter me alarmerend ‘kloink’ zegt.

Bibberend zet ik het vliegtuigje na meer dan twee uur aan de grond met een

wat dwalende route.

Met andere woorden niet bepaald in een rechte lijn.

Aan mijn ‘maiden flight’ is een einde gekomen.

Zo lang heb ik dus nog nooit solo gevlogen.

In totaal drie keer een ‘eerste’: hoogte, duur en type.

 

Als ‘private owner hoor ik ineens bij de ‘boys’, met dus ook geholpen worden

en meehelpen. Het bier sla ik over en ga de handset bij Rolf inleveren.

En krijg dan op mijn kop (terecht) voor het zonder transponder vliegen boven

FL045.

 

Pas s’avonds thuis kan ik Hanneke vertellen van deze bijzondere belevenis: 3

maal is (lucht-) vaartuigrecht….

 

Rugier Timmer, 26 mei 2013.

 

118